Ervaringsverhalen

Ervaringen met straatintimidatie

In Utrecht vinden we het belangrijk dat iedereen zichzelf kan zijn en veilig over straat kan. Helaas worden er dagelijks nog veel mensen lastiggevallen op straat. Lees hieronder de verhalen van 5 Utrechters. 

Het verhaal van…

Sonja
Roy
Petra
Judith
Mels


Sonja: “Het is niet normaal om je aan te moeten passen aan je omgeving.”

Het was al laat in de avond toen Sonja samen met haar date op de schommel in een speeltuintje zat. “We waren wat aan het flirten, we zoenden en hadden het gezellig”, vertelt ze. De leuke sfeer kreeg al snel een onverwachte wending. “Iets verderop zagen we een auto stoppen. Er stapten een aantal mannen uit. Ze riepen naar ons en kwamen op ons af, dus we besloten weg te rennen. De mannen stapten weer in de auto en kwamen achter ons aan. We hebben ons verstopt achter een geparkeerde auto. Toen ze eindelijk waren vertrokken, gingen we allebei naar ons eigen huis. Ik heb me nog heel lang onveilig gevoeld.”

Sonja valt zowel op mannen als op vrouwen. En dat maakt verschil, merkt ze op. Wanneer ze met een man over straat loopt is er niets aan de hand. Maar zodra ze met een vrouw in het openbaar is, voelt ze alle ogen op zich gericht. “Ik word regelmatig nagekeken op straat. Wanneer ik een vrouw een knuffel of een kus geef, bijvoorbeeld. Toen ik hand in hand liep met mijn toenmalige vriendin werden er dingen geroepen als ‘mag ik met jullie mee vanavond?’, en ‘twee vrouwen, dat wil ik wel zien’. Ik reageer nooit, maar zulke opmerkingen maken me wel boos. Het voelt kleinerend.”

Om opmerkingen te voorkomen, maar ook voor haar eigen veiligheid, is Sonja altijd bewust van haar omgeving. “Wanneer ik met een vrouw zoen, kijk ik altijd om me heen. Is het veilig genoeg? Dat is iets wat ik niet ervaar wanneer ik met een man zoen. Door rekening te houden met anderen, heb ik zelf dus minder vrijheid.”


Roy: “Het is niet normaal om iemand uit te schelden.”

Tijdens zijn diensten als maaltijdbezorger was Roy regelmatig getuige van straatintimidatie. Zo was hij eens aan het wachten op een bestelling, toen er twee jongens hand in hand voorbijliepen. Ze werden uit het niets geïntimideerd. “Er kwam een auto naast de jongens rijden, het raampje ging open en de man in de auto begon te schelden. De woorden die daarbij gebruikt werden, zijn niet voor herhaling vatbaar”, vertelt hij. Vervolgens trok de auto op en reed de man verder. Roy schrok. “Ik stond erbij alsof ik versteend was. ‘Gebeurt dit nog steeds?’, dacht ik.”

Op het moment zelf was hij vooral in shock, dus greep hij niet in. “Maar ik weet ook dat ik in zo’n situatie niet in durf te grijpen. Zeker niet als ik in mijn eentje ben”, legt hij uit. Zelf heeft hij niet vaak te maken gehad met straatintimidatie. “Niet om wie ik ben als persoon, in ieder geval. Wel ben ik tijdens mijn werk een keer nageroepen door een groepje jongens. Ik had tijdens de pride namelijk een regenboogvlag aan mijn fiets vastgemaakt. Voor een aantal kinderen was dat reden genoeg om dingen te roepen als ‘ben je homo?’.” Bang was hij niet, want het waren nog maar kinderen. Maar het zette hem wel aan het denken. “Als ze op zo’n jonge leeftijd al lopen te schreeuwen, waar zullen ze dan later toe in staat zijn?”.

Roy maakt zich zorgen over de mate van straatintimidatie richting mensen die lhbtqia+ zijn. De intolerantie naar de regenbooggemeenschap lijkt volgens hem alleen maar toe te nemen. En net als vele anderen durfde hij niet in te grijpen. Weet dat je als omstander met een klein gebaar al veel kan betekenen voor een slachtoffer. Laat merken dat je iets gezien hebt, meld het of vraag of iemand oké is.


Petra: “Het is niet normaal om je onveilig te voelen in het winkelcentrum.”

Een veiliger gevoel begint met een veilige omgeving. Daarom zet Petra zich als voorzitter van de werkgroep Keurmerk Veilig Ondernemen in voor een veilige en prettige winkelervaring bij winkelcentra Lunetten en Smaragdplein.

Tot 2 jaar geleden runde Petra haar eigen kapperszaak in winkelcentrum Smaragdplein. “Daar ben ik mee gestopt. Maar ik ben nog wel altijd voorzitter.” Al 15 jaar lang zet ze zich in voor een veilige omgeving in en rondom winkelcentrum Smaragdplein. Sinds mei dit jaar doet ze hetzelfde voor winkelcentrum Lunetten. “Ik werk samen met ondernemers, politie, brandweer en de gemeente aan schone, leefbare en veilige winkelcentra.”

Nieuwe camera’s, betere verlichting: de nodige aanpassingen voor veiligere winkelcentra worden gedaan. Zo is er bij winkelcentrum Lunetten sinds kort ook een gezamenlijke WhatsAppgroep voor ondernemers en wijkagenten. “Die korte lijntjes zijn heel belangrijk. Zodra een ondernemer iets ziet gebeuren, kan er direct een melding worden gedaan. Zo wordt er zo snel mogelijk actie ondernomen.”

Door initiatief te nemen op het gebied van veiligheid hoopt Petra bij te dragen aan een veilig gevoel tijdens het winkelen. Maar daar ligt ook een taak voor de bezoekers, vindt ze. “Ik heb zelf nog nooit te maken gehad met straatintimidatie, maar het gebeurt. Mensen moeten daarom naar elkaar om blijven kijken. Zie je dat iemand wordt lastiggevallen? Focus je dan op de situatie en kijk wat je kunt doen. Help elkaar wanneer dat nodig is en wees vooral niet bang om in te grijpen. In het winkelcentrum, maar ook op andere openbare plekken, lopen genoeg mensen. Je bent niet alleen.”


Judith: “Het is niet normaal om weg te kijken bij straatintimidatie.”

In haar omgeving merkte Judith dat veel vrouwen op verschillende plekken te maken hadden met intimidatie. Op straat en tijdens het uitgaansleven, maar bijvoorbeeld ook op de werkvloer. “Intimidatie is iets wat overal plaatsvindt. En dat moeten we niet meer pikken: het moet veranderen.” Met die gedachte richtte ze in 2020 het Instagramaccount @catcallsofnimma op.

Met het Instagramaccount vraagt zij aandacht voor straatintimidatie. “Mensen sturen ervaringen via een privébericht, waarna ik een luisterend oor bied en met ze in gesprek ga. Vervolgens krijt ik de ervaring op straat op de exacte locatie waar het gebeurd is. Voorbijgangers staan daardoor letterlijk en figuurlijk stil bij de impact van straatintimidatie. De foto van het krijtwerk en bijbehorende (anonieme) inzending plaats ik op mijn Instagramaccount.”

Tijdens het krijten, krijgt Judith regelmatig opmerkingen van voorbijgangers. “Ik krijt heftige teksten. Sommige mensen moedigen mijn activisme aan, anderen schrikken ervan. Maar dan leg ik uit dat ik dit doe om aandacht te vragen voor straatintimidatie en lees ik de ingezonden ervaring voor. Daardoor ontstaat er gelijk al meer begrip. Het levert mooie gesprekken op.”

Judith geeft regelmatig trainingen en lezingen over straatintimidatie. Eerder organiseerde ze een protestmars. Met meer dan honderd mensen liep ze door de stad om samen ervaringen te krijten. “Zo probeer ik op allerlei manieren zaadjes te planten en mensen ervan bewust te maken dat straatintimidatie nog altijd voorkomt.”

Voor omstanders heeft Judith een belangrijke boodschap: “Grijp alsjeblieft in. Op het moment zelf, als je het gevoel hebt dat dit op een veilige manier kan. Kan dat niet? Schakel dan hulp in. En je kunt ook achteraf even inchecken bij de persoon die iets vervelends meemaakte. Geef aan dat je het zag gebeuren en vraag of je iets voor diegene kunt doen. Kijk niet weg, maar erken dat het gebeurd is. Dat is voor diegene ontzettend waardevol.”


Mels: “Het is niet normaal om iemand te intimideren.”

Na een avondje stappen bij hun stamkroeg in Utrecht, ging Mels samen met hun vrienden door naar een andere club. Verder feesten, was het plan. “Ik stond in de rij met vrienden en een jongen die ik had ontmoet. We waren aan het kletsen en hadden het gezellig. We zoenden. Zodra de beveiliger dit zag, veranderde zijn blik.” Eenmaal vooraan in de rij, kregen Mels en hun vrienden te horen dat ze niet naar binnen mochten. “Omdat we niet doorliepen, werd ons verteld. Maar dat was niet zo.” Om verdere discussie te voorkomen, liet hen het voor wat het is.

Net op het moment dat Mels en hun vrienden weg wilden lopen, verliet een groep jongens de club. Ze maakten Mels en hun vrienden nog even extra duidelijk dat ze wel begrepen waarom ze niet naar binnen mochten. ‘Types zoals zij hoorden er niet’, klonk de boodschap. Omdat er steeds meer jongens naar buiten kwamen, zijn ze vertrokken. “Voordat het uit zou lopen op een vechtpartij.”

Situaties zoals deze maakt Mels helaas vaker mee. Bijna dagelijks. Intimidatie gaat volgens hen dan ook niet alleen over naroepen, maar ook over kleinere dingen. “Zo werd ik laatst overduidelijk aangestaard in de trein, heel ongemakkelijk was dat. En dat gebeurt ook geregeld op straat of op andere openbare plekken.”

Op hulp van omstanders hoefde Mels tot nu toe niet te rekenen. Veel mensen zijn druk met zichzelf, vindt hen. Of ze durven zich niet uit te spreken omdat ze bang zijn voor gevolgen. “Je hoeft als omstander niet veel te doen. Soms is het al genoeg om iemand aan te spreken of even voor afleiding te zorgen.”